Jan Joanknecht over fleet management.

Conclusies:
  • kijk naar kansen voor uw onderneming, waarbij u even geen rekening houdt met barrières op het terrein van de informatietechnologie;
  • investeer in Internet-technologie, tracking & tracing;
  • laat uw bedrijf doorlichten op logistieke prestaties in relatie tot de kosten daarvan. Het resultaat zal richting geven aan uw ICT-strategie.

  • Jan Joanknecht: 'Vervoerders die denken dat fleet management geregeld is wanneer je de chauffeurs een GSM telefoontje gegeven hebt, slaan de plank mis. Het is een bouwsteentje voor de logistieke dienstverlening in het volgende decennium. Men begint nu te leren dat veel transportcapaciteit verloren gaat omdat de aansturing van de chauffeurs te grofmazig was. Bellen met de thuisbasis wanneer je wat aflevert of gaat rusten. Als een fabriek eens in de paar uur het verloop van de produktie meet en bijstuurt, vindt iedereen dat belachelijk, je meet toch continu om de kwaliteit op peil te houden. Bij transport is het echter de gewoonste zaak van de wereld.'

    Joanknecht betoogt dat de huidige omvang van de transportondernemingen vaak blijft steken op zo'n vijftig wagens. Meer wagens kan de planner niet overzien. En met GSM als communicatiemiddel gaan er niet genoeg minuten in een dag om alles met spraak bij elkaar gepraat te krijgen. 'Vijftig is de limiet,' stelt hij resoluut. 'Als je goed kijkt naar ondernemingen met meer dan vijftig wagens, dan blijken zij meestal uit diverse ondernemingen te zijn samengesteld die elk op hun beurt weer maximaal vijftig wagens hebben. Alleen op holding-niveau ziet de geconsolideerde onderneming eruit als een bedrijf met bijvoorbeeld 150 wagens. Maar de werkelijk is dat er drie individuele bedrijven zijn, met elk hun eigen restcapaciteit die de anderen niet zien en niet kunnen benutten, met hooguit wat gezamenlijke voorzieningen aan de inkoopkant en voor het onderhoud.'

    De kansen voor de logistieke dienstverleners liggen met name op het terrein van kostenbesparing (door te groeien) en verbetering van de dienstverlening. Informatie- en Communicatie Technologie ICT is de cruciale factor om dit te bereiken, zegt Joanknecht.
    Hij noemt als voorbeelden:
  • de planner moet spraak alleen nog maar gebruiken voor communicatie met de chauffeurs wanneer dit echt nodig is. In alle andere gevallen moet berichtenverkeer gebruikt worden. Dan liggen de afspraken vast (kwaliteitsbewaking) en wordt bovendien veel tijd bespaard;
  • de verschillende vestigingen van de transportonderneming of logistieke dienstverlener moeten gebruik maken van hetzelfde automatiseringssysteem. Door Internet-koppelingen moet een wijziging in de planning van de vestiging in Tilburg direct zichtbaar zijn voor de planner van de (hoofd)vestiging in Amsterdam;
  • de vrije (onbenutte) capaciteit van de verschillende vestigingen moet op elke lokatie gezien en benut kunnen worden;
  • de klant (zowel verlader als ontvanger) moet via Internet kunnen volgen wat de status is van de zending en alleen bij vragen of problemen nog moeten bellen met de vervoerder;
  • elektronische communicatie moet standaard zijn in plaats van uitzondering. EDIFACT-berichtenverkeer is mooi, maar niet zaligmakend. Wanneer een vervoerder maatwerkkoppelingen bouwt en onderhoudt voor zijn vijf grootste opdrachtgevers is dat prachtig. Een hoger niveau van standaardisatie bereiken is minder belangrijk dan het elektronisch communiceren op zichzelf.

    De directeur van Mandata Benelux plaatst de ontwikkelingen in een bredere context: 'De afgelopen jaren zijn transportondernemers steeds bezig geweest met componenten van de ICT, zoals de aanschaf van boordcomputers, de keuze voor mobiele communicatie of de vervanging van het systeem voor de dossieradministratie. Belangrijk, maar het blijven onderdelen en niet de wijziging van het concept. Vergelijk het met de keuze voor een merk trekker, of banden, of smeerolie. Heel belangrijk, maar ondergeschikt aan het logistieke concept dat men tracht in te vullen. Er is nu behoefte aan een logistiek concept, waarvan de ICT een geintegreerd onderdeel uitmaakt.'

    'Steeds vaker gebeurt het dat duidelijk wordt hoe ICT ingezet moet worden om efficiency-voordelen te bewerkstelligen. En dat gaat hoe dan ook gepaard met veranderingen in de schaalgrootte. We praten er al tien jaar over, maar nu is het echt aan het gebeuren.'



  • drs Jan Joanknecht is directeur van Mandata Benelux.
    Jan Joanknecht (1955) studeerde psychologie aan de KUB in Tilburg. Hij werkte achtereenvolgens bij het Academisch Ziekenhuis Rotterdam, de SWOV, het Havenbedrijf Rotterdam en bij Coopers & Lybrand. Tussen 1994 en 2001 was hij mede-eigenaar van Joanknecht & Vieveen, adviseurs in telematica. Sinds 2002 is Joanknecht directeur van softwareleverancier Mandata Benelux.

    Om de inhoud van deze site nog beter op uw behoeften af te stemmen, verzoeken wij u kenbaar te maken of het onderwerp "fleet management" voor u wel of niet van belang is.

    Wilt u dat wij u per e-mail op de hoogte houden van dit project, dan kunt op onderstaande knop klikken.